Kinderen Top background

Protocol pedagogisch handelen

DRAAIBOEK PEDAGOGISCH HANDELEN

Dit stuk maakt onderdeel uit van een pedagogisch beleidsplan.

Wij willen een school zijn waar iedere leerling zich sociaal aanvaard voelt en zich kan ontwikkelen in een sfeer van veiligheid, acceptatie, erkenning en wederzijds respect. Het moet zich gehoord, gezien en gesteund voelen door de leerkracht en medeleerlingen.

Afspraken en acties pedagogisch handelen

Alle leerkrachten zijn alert op de volgende signalen:

-          laag ‘welbevinden’ in het algemeen, ook vanuit de observatie met ZIEN!

-          plagen, bespotten en kleineren

-          op een spottende, onvriendelijke manier iemand uitlachen

-          negatief fysiek contact

-          herhaaldelijke betrokkenheid bij ruzies

-          kleefgedrag (dicht bij de leerkracht willen blijven)

-          externaliserend gedrag ( o.a. verstoren van klassikale activiteiten, weigeren om werk te doen, ongepast taalgebruik, clownesk gedrag)

-          internaliserend gedrag (o.a. timide, angstig, teruggetrokken, verdriet en niet opkomen voor zichzelf)

 

De school heeft regels opgesteld voor de omgang tussen leerlingen onderling, met leerkrachten en algemene regels schoolbreed ( kernwaarden; veiligheid, respect en verantwoordelijkheid en a.d.h.v. Taakspel ). Leerkrachten weten hoe ze deze regels op een succesvolle manier kunnen introduceren.

 

Vanaf groep 1 stelt de leerkracht met de klas aan het begin van het schooljaar klassenregels op. Deze worden regelmatig herhaald en geoefend in de klas.

 

Elke leerkracht draagt er zorg voor dat in de periode tot aan de herfstvakantie veel aandacht besteed wordt aan deze regels voor omgang met elkaar, vanuit het besef dat we als leerkrachten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een positieve groepsvorming ( oa. SEL competenties, groepsfasen / Groepsplan gedrag en Taakspel )

 

Elke leerkracht is consequent als het gaat om de uitvoering van deze regels (zero-tolerance!). Leerkrachten die moeite hebben om regels consequent te hanteren en gestelde normen te bewaken krijgen begeleiding van de gedragsspecialist of de interne begeleider. De basis ligt hier bij het spelen van Taakspel onder begeleiding van een Taakspelcoach.

 

De leerkrachten hebben een voorbeeldfunctie. Zij behandelen elk kind te allen tijden met respect en laten zien dat zij vertrouwen in het kind behouden, ook als het een keer ongewenst gedrag vertoont. Ongewenst gedrag wordt zo veel als mogelijk preventief benaderd en tot op zekere hoogte genegeerd. Benadrukken van positief gedrag zien wij als een belangrijk hulpmiddel ( Taakspel ).

 

In de eerste 6 weken van het schooljaar besteden we extra veel aandacht aan groepsvormende lessen en spelletjes d.m.v. onze methode Kwink, , Energizers, spelletjes gericht op sociale vaardigheden (Kanjerspelltjes), lessen uit Grip op de groep, lessen uit Wij zijn een groep en coöperatieve werkvormen.

 

Leerlingen die laag scoren op ‘sociaal initiatief’ zijn potentiële slachtoffers. Daarom vinden wij het belangrijk om deze leerlingen vanaf groep 1-2 al planmatig te begeleiden, ZIEN! biedt in dit verband signaleringsmogelijkheden en suggesties.

 

Tijdens de oudergesprekken wordt altijd gevraagd of de ouders signalen hebben gekregen dat hun kind anderen pest, gepest wordt of aangeeft dat anderen in de klas of op school gepest worden. Het welbevinden van hun kind wordt besproken.

 

Tijdens de kindgesprekken wordt er altijd gevraagd over het welbevinden van het kind op school.

 

Leerkrachten die pleinwacht hebben melden bij de desbetreffende leerkracht wanneer er sprake was van een duidelijke conflictsituatie en wie hierbij betrokken waren.

 

In vastgestelde pestsituaties geldt dat het pestprotocol in werking gaat.

 

Aan het begin van het schooljaar, rond de voorjaarsvakantie en aan het einde van het schooljaar bespreken we bovenstaande afspraken en acties met elkaar binnen het team. De afspraken en actiepunten worden bijgesteld wanneer we als team van mening zijn dat er zaken aanscherping of verbetering behoeven.

 

Doelstelling pedagogisch handelen

Wij willen een school zijn waar iedere leerling zich sociaal aanvaard voelt en zich kan ontwikkelen in een sfeer van veiligheid, acceptatie, erkenning en wederzijds respect. Het moet zich gehoord, gezien en gesteund voelen door de leerkracht. Deze doelstelling vertaalt zich in scores in onze kwaliteitsmetingen:

Bij de volgende leerlingen enquête is de algemene score voor Pedagogisch Handelen (leefklimaat in de groep en op school en aanvaarding) 3.5 (2017: gemiddelde van 3.22). Deze leerlingenenquête wordt jaarlijks gehouden.

Bij de volgende ouderenquête is de score voor het item “De leraren besteden voldoende aandacht aan het voorkomen en oplossen van pesten, ruzies en misverstand (Pedagogisch Handelen; leefklimaat op school)  3.5 (2017 3.3). Deze ouderenquête wordt jaarlijks gehouden.

 

Algemene lijn ter preventie van treiteren / pesten

  1. Kwink; alle leerkrachten volgen het programma van onze sociaal emotionele methode Kwink vanaf groep 1 tot en met groep 8. Het doel is een veilige leer - en leefomgeving te creëren door middel van het ontwikkelen van de 5 gedragscompetenties ( SEL) bij de leerlingen; relaties kunnen hanteren, besef hebben van jezelf, besef hebben van de ander, zelfmanagement en keuzes kunnen maken. De leerlingen leren zichzelf, vriendschappen en hun werk effectief, moreel en verantwoord vorm te geven. Met als gevolg een veilige sfeer in de klas en goede onderlinge relaties. Deze trainingen worden groepsgericht gegeven

 

  1. ZIEN!; in de eerste 6 weken van het schooljaar worden de leerlingen door de leerkracht goed geobserveerd op hun gedrag, zodat ze weten hoe de leerlingen van zijn / haar groep zich in allerlei situaties gedragen. Vervolgens wordt rond de herfstvakantie ZIEN! ( sociaal emotioneel volgsysteem) volledig ingevuld door de leerkrachten. Het groepsoverzicht en de individuele leerlingen worden besproken met de gedragsspecialist of de interne begeleider en gezamenlijk wordt er besloten of het nodig is om verder onderzoek te doen naar de sociaal – emotionele ontwikkeling van de leerlingen. (zie HGW documenten leerlingbespreking ) en om het traject in te gaan voor het opzetten van een interventieplan met hulp van de gedragsspecialist of Ib-er (zie groepsplan gedrag).

De leerkracht voert kindgesprekken met de gesignaleerde kinderen zo snel mogelijk uit, dit kan aan de hand van de vragenlijst van ZIEN! ( zie leerlingenvragenlijst onderbouw en bovenbouw).

Als er wordt besloten voor verder onderzoek worden de ouders hier bij betrokken ( zie voorbeeld ouderprotocol). De kinderen kunnen de ‘Klassenklimaatschaal’ invullen om het beeld van de leerkracht te vergelijken met dat van de kinderen ( zie KKS ).

 

  1. Sociogram; op twee momenten in het jaar, voor de herfstvakantie en voor de voorjaarvakantie, wordt een sociogram vanaf groep 3 in de klas afgenomen. De sociogrammen worden tijdens de boven- en onderbouwvergaderingen besproken en eventueel in relatie gelegd met de observaties uit ZIEN!. De sociogrammen worden gemaakt in Parnassys achter je groep bij kopje begeleiding.

 

  1. Groepsplan gedrag; de gegevens die voortkomen uit onder andere ZIEN!, het sociogram, de kindgesprekken, eventueel oudergesprekken en de afgenomen checklist “ Is je klas een groep” worden geanalyseerd, plannen gemaakt ( HGW) en verwerkt in een groepsplan gedrag ( zie Excel bestand groepsplan gedrag). Hiervoor kan hulp van de gedragsspecialist worden gevraagd. Het groepsplan wordt in februari / maart door de leerkracht geëvalueerd en van daaruit een nieuw groepsplan gedrag voor de rest van het jaar opgesteld.

 

  1. Taakspel; in de groepen wordt Taakspel gespeeld door de leerkrachten die hiervoor zijn of worden opgeleid door de Taakspelcoach. De kern van Taakspel is het hebben van een positieve controle over de groep; het verbeterd de sfeer in de klas door het bekrachtigen en complimenteren van gewenst gedrag en het negeren van ongewenst gedrag.

 

  1. Voor aanvang of direct aan het begin van het nieuwe schooljaar tijdens de teamvergadering worden er afspraken gemaakt met betrekking tot de start van het nieuwe jaar, met name wat betreft het begeleiden van de groepsvorming tot de herfstvakantie.

 

  1. In de eerste schoolweek worden er samen met de klas regels opgesteld. Deze regels worden opgehangen in de klas. De naleving hiervan wordt regelmatig ter sprake gebracht. De regels worden geoefend, besproken en hoe ze eruit zien in verschillende omstandigheden.

 

  1. De schoolbrede gedragsverwachtingen en regels in verschillende ruimtes tussen de leerlingen onderling, met de directie, met leerkrachten, met ander aanwezig personeel en met ouders worden aan het begin van het schooljaar intensief onderwezen. Gedurende het schooljaar verder met regelmaat herhaald en getoetst.

 

 

  1. In de eerste paar schoolweken worden er dagelijks, met het oog op een positieve groepsvorming, de opeenvolgende lessen van Kwink gegeven, sociale vaardigheden spelletjes (kanjerspelletjes) en Energizers toegepast.

 

 

  1. Tijdens de gymlessen wordt er ook aandacht besteed aan het groepsproces, hierbij maken we gebruik van het ‘99 kanjerspelletjes’ boek.

 

 

  1. Tijdens de oudergesprekken wordt altijd gevraagd naar het welbevinden van hun kind op school. Daarnaast of de ouders signalen hebben gekregen dat hun kind anderen pest, gepest wordt of aangeeft dat anderen in de klas of op school gepest worden.

 

  1. Tijdens de kindgesprekken wordt er altijd gevraagd naar het welbevinden van het kind op school, onder andere wordt hier gebruik gemaakt van de vragenlijst van ZIEN! ( zie leerlingenvragenlijst onderbouw en bovenbouw).

 

 

  1. Tussen de herfstvakantie en de voorjaarvakantie worden er wekelijks lessen gegeven die gericht zijn op sociale vaardigheden. Onder andere gebruikmakend van de lessen van Kwink. Voor zover dit kan, wordt voor de keuze van onderwerpen aangesloten bij de gesignaleerde problemen door middel van het sociogram en ZIEN! ( zie document ZIEN! en Kwink ( SEL)). Deze lessen worden schriftelijk vastgelegd in een groepsplan gedrag ( zie Excel bestand groepsplan gedrag) en in de klassenmap bewaard. Hiervoor kan hulp van de gedragsspecialist of interne begeleider worden gevraagd.

 

  1. De Hulpbox aan de vertrouwenspersonen van de school hangt in de hal om ook bij pestgedrag in vertrouwen om hulp te kunnen vragen. De meldingen over pestgedrag worden bij de Ib-er, gedragsspecialist of directeur gemeld. De interne contactpersonen gaan jaarlijks de klassen rond en leggen aan de kinderen uit wat zij doen en waarbij zij leerlingen kunnen helpen.
  1. Ook tussen de voorjaarsvakantie en het einde van het schooljaar worden er wekelijks lessen gegeven rond het thema sociale vaardigheden. De lessen die gericht zijn op de gesignaleerde problemen worden opgenomen in een nieuw groepsplan gedrag (zie verder bij nummer 13). Op de hierop aansluitende teamvergadering worden de ervaringen met deze lessen uitgewisseld.

 

  1. Aan het einde van het schooljaar worden de hierboven vastgestelde lessen uit het groepsplan gedrag door de leerkracht schriftelijk geëvalueerd en met de gedragsspecialist besproken. Daarbij wordt besproken of het protocol voldoende heeft voorzien in de voorkomende situaties en/of aanvullingen nodig zijn. Tevens wordt er vooruitgeblikt naar het nieuwe schooljaar.
  2. Elke vorm van pesten wordt direct serieus genomen en aangepakt volgens het onderstaande draaiboek.
  1. Leerkrachten die problemen ondervinden rond sociaal – emotionele ontwikkeling / gedragsproblemen, groepsprocessen en begeleiding hierover willen, worden bijgestaan door de gedragsspecialist binnen school. De leerkrachten krijgen dan ondersteunende begeleiding bij een gedragsfunctie analyse (GFA )en een gedrag interventie plan (GIP) met oplossingsgerichte methoden en interventies ( hiervoor wordt onder andere gebruikt gemaakt van de documenten leerlingbespreking en CLB / Diagnostiek).

 

Handelen in vastgestelde pestsituaties

1. Op dag 1 of 2 na het incident vindt er een gesprek plaats tussen de leerkracht, de pester en de zondebok en eventueel de gedragsspecialist.

2 a. In week 2 of 3 vindt er een gesprek met de hele klas plaats als het eerste gesprek niet heeft geholpen (in die zin dat het pesten toch doorgaat) of wanneer er meerdere leerlingen bij betrokken zijn.

Dit gebeurt volgens vijf stappen:

1). De ik-boodschap: de leerkracht geeft door middel van een heel duidelijke ik-boodschap te kennen, dat er in de klas een probleem is dat hij niet alleen kan oplossen, maar dat wel opgelost moet worden. Daarbij noemt hij heel duidelijk de probleemsituatie en vraagt de leerlingen oplossingen te geven. Hij benadrukt daarbij dat het probleem opgelost moet worden.

2). Het verzamelen van oplossingen: de leerlingen moeten allerlei oplossingen geven voor aanpak. Soms komen er geen ideeën omdat de leerlingen niet durven of zo’n aanpak niet gewend zijn. Maar als de leerkracht hen laat merken dat het hem ernst is door hen wat meer tijd te geven oplossingen aan te dragen, zullen ze in die periode de zondebok wat meer met rust laten. In deze fase mag er nog niet gereageerd worden op de oplossingen. Na verloop van tijd komt er een aantal oplossingen, meestal van de leerlingen uit de zwijgende middengroep.

3). Het evalueren van oplossingen: alle oplossingen die nadelig zijn voor de zondebok en ook voor de pester worden geschrapt. Op die manier geeft de leerkracht aan dat hij geen partij kiest, maar aan alle leerlingen veiligheid wil bieden.

4). Het concretiseren van de oplossingen: voor iedereen moet duidelijk zijn hoe de geselecteerde oplossingen uitgevoerd gaan worden. Het is daarbij aan te bevelen om ze op papier te zetten en daarna weer met de klas te bespreken.

5). Het evalueren van de oplossingen: de oplossingen moeten met regelmaat geëvalueerd worden. De leerkracht geeft aan dat de evaluatie een vast onderdeel gaat worden van de klassengesprekken. Wanneer er weer signalen komen van pesten dan moet de leerkracht weer teruggaan naar stap 1, maar ook als hij niets hoort, moet hij regelmatig evalueren. Het is van belang om het evalueren dan niet te laten verwateren. In dat geval is het belangrijk om complimenten te geven omdat het zo goed gaat. De leerkracht moet in deze fase de leerlingen duidelijk maken dat het aangeven dat er weer gepest wordt niet hetzelfde is als klikken, maar dat het in principe hetzelfde is als het helpen van de zondebok. Alle handelingen worden op papier vastgelegd.

2b. In week 2 of 3 kan de leerkracht samen met de gedragsspecialist ook kiezen voor ‘de supportgroep’ aanpak. Deze oplossingsgerichte aanpak wordt door de gedragsspecialist begeleid en is dus ook degene die alle gesprekken voert.

2c. In week 2 of 3 kan de leerkracht samen met de gedragsspecialist er ook voor kiezen om ‘de Ringaanpak’ in te zetten met de hele klas. Deze aanpak gaat uit van en systemisch geheel. Het is een groepsdynamische benadering. De negatieve groepsdynamiek wordt omgezet naar een positieve groepsdynamiek. Alle rollen van de kinderen worden in beeld gebracht met het bijbehorende gedrag om er vervolgens op een positieve manier mee aan de slag te gaan. In overleg met de leerkracht kan de gedragsspecialist deze interventie op zich nemen.

3. Zodra punt 2a of/en 2b of 2c in werking is worden de ouders erbij betrokken, in die zin dat zein kennis worden gesteld van de geconstateerde pestsituatie of bij een negatieve groepsdynamiek.  De leerkracht en de gedragsspecialist vertellen de oplossingen waar aan gewerkt wordt met de klas.

 

Overige punten die worden uitgevoerd bij vastgestelde pestsituaties

  • De leerkracht meldt de geconstateerde pestsituatie bij de eerstvolgende ochtendmededelingen aan het team.
  • De leerkracht maakt binnen 5 werkdagen van alle gesprekken met slachtoffers, pesters en ouders verslagen.
  • Als zich voortdurend escalaties voordoen op het plein wordt de gedragsspecialist ingezet om te observeren en te begeleiden.
  • Er wordt regelmatig (= tweewekelijks) contact gehouden met de betreffende leerlingen, de groep en de ouders om te horen of de genomen maatregelen succes hebben en blijven hebben of dat er andere stappen nodig zijn. Dit laatste in overleg met de leerkracht, gedragsspecialist, interne begeleider en de directeur.
  • Met name als er een pestsituatie geconstateerd is, bevraagt de leerkracht zichzelf over zijn of haar eigen functioneren. Hoe is de eigen houding naar de klas en eventueel specifiek naar bepaalde leerlingen toe? Hoeveel ruimte en verantwoordelijkheid krijgen de leerlingen zelf? Hoe veilig zijn de leerlingen in de klas? Waar nodig, brengt de leerkracht wijzigingen aan in zijn of haar functioneren. Hiervoor krijgt de leerkracht hulp van de gedragsspecialist. De ‘KKS vragenlijst’ wordt ook uitgezet onder de leerlingen. Daarnaast wordt de ‘checklist leerkrachtvaardigheden’ ingezet voor een gesprek, observatie, groepsbezoek of reflectie.
  • Bij een leerling bij wie het zondebok of pester zijn vooral lijkt voort te komen uit een gebrek aan weerbaarheid, inlevingsvermogen en sociale vaardigheden, kan met de ouders direct na die constatering gesproken worden over een eventuele sociale vaardigheidstraining en extra begeleiding binnen school door de gedragsspecialist.

 

 

 

Wat te doen als het pestgedrag zich toch blijft herhalen ondanks de oplossingsgerichte aanpak

 

1. Indien er sprak is van herhaald pestgedrag worden de ouders van de pester in week 4 in het bijzijn van de pester op de hoogte gesteld van de ongewenste gebeurtenissen in een gesprek op school met de leerkracht en de gedragsspecialist. Aan het eind van dit oudergesprek worden de afspraken met de pester uitdrukkelijk doorgesproken en ook vastgelegd. Ook de op te leggen sancties bij overtreding van de afspraken worden daarbij vermeld. Gedacht kan worden aan uitsluiting van met name de situaties die zich in het bijzonder lenen voor pestgedrag. Daarbij kan gedacht worden aan: buitenspelen, overblijven, gymlessen, excursies en schoolreisjes. De directeur van de school is op de hoogte gesteld van de gesprekken met de kinderen en de ouders. De gemaakte afspraken worden direct vastgelegd bij het desbetreffende kind in Parnassys.

 2. Indien het probleem zich toch blijft herhalen meldt de leerkracht dit gedrag aan de directeur van de school. De leerkracht overhandigt de directeur een gedocumenteerd protocol met daarin de data van de gebeurtenissen, de data en inhoud van de gevoerde gesprekken en de vastgelegde afspraken zoals die gemaakt zijn om het pesten aan te pakken. Het gaat hier om een digitaal document.

3. De directeur roept de ouders binnen 3 werkdagen op school voor een gesprek. Ook het kind kan in dit eerste directiegesprek betrokken worden. De directeur gaat uit van het opgebouwde archief van de leerkracht en vult dit archief terstond aan in Parnassys met het verloop van de gebeurtenissen.

4. Indien het gedrag niet verbetert, kan er een verwijzing plaatsvinden naar het maatschappelijk zorgsysteem in de richting van de afdeling jeugdzorg van de G.G. en G.D. dan wel het R.I.AG.G.

5. Een en ander wordt zorgvuldig gedocumenteerd in het digitale kindvolgsysteem van de school en wel die van de zorgprocedure.

6. Indien het pestgedrag van de pester niet aanzienlijk verbetert en / of de ouders van het kind onvoldoende meewerken om het probleem ook aan te pakken kan de directeur van de school overgaan tot bijzondere maatregelen zoals: isoleren van de pester, een schorsing en / of verwijdering van de school. De richtlijnen hierover staan vermeld in de schoolgids.

 

SIGNALEN VAN SLACHTOFFERS

a. Op school

1. Primaire signalen:

- de slachtoffers worden vaak op een gemene manier geplaagd, bespot en gekleineerd;

- ze worden uitgelachen op een spottende en onvriendelijke manier;

- ze worden fysiek aangepakt en kunnen zich hier niet adequaat tegen verweren;

- ze zijn betrokken bij ruzies waarbij ze zich niet kunnen verdedigen;

- hun bezittingen worden beschadigd;

- ze vertonen blauwe plekken, schrammen, gescheurde kleding, ….

2. Secundaire signalen:

- de slachtoffers zijn vaak alleen, ze lijken geen vrienden te hebben;

- ze worden als laatste gekozen, bijvoorbeeld bij het vormen van groepjes;

- ze proberen dicht bij de leerkracht te blijven;

- ze geven een angstige en onzekere indruk;

- ze zien er bang, ongelukkig, neerslachtig en huilerig uit;

- ze vertonen een plotselinge of geleidelijke verslechtering in schoolresultaten.

 

b. Thuis

1. Primaire signalen:

- ze komen thuis met gescheurde kleding of bezittingen die stuk zijn;

- ze vertonen verwondingen (blauwe plekken, schrammen, …) en geven hier een omstreden uitleg voor.

2. Secundaire signalen:

- ze brengen geen vriendjes of klasgenoten mee naar huis;

- ze hebben geen goede vriend;

- ze worden zelden elders uitgenodigd;

- ze gaan niet graag naar school;

- ze kiezen een vreemde weg om naar school te gaan;

- ze slapen niet goed;

- ze verliezen de belangstelling voor schooltaken;

- ze zien er bang en ongelukkig uit;

- ze vragen of stelen geld (om de pestkoppen om te kopen).

 

SIGNALEN VAN PESTKOPPEN

a. Algemene kenmerken

1. ze zijn fysiek sterker;

2. ze hebben grote behoefte te overheersen en hun eigen zin te krijgen;

3. ze zijn impulsief, kunnen moeilijk tegenwerking aanvaarden;

4. ze zijn vaak tegendraads naar volwassenen toe;

5. ze worden als stoer aangezien, hebben weinig inlevingsvermogen;

6. ze hebben een relatief positief zelfbeeld.

 

b. Op school

1. Op school treiteren de pestkoppen vaak op een gemene manier: spotten, intimideren, schoppen, dingen stuk maken. Ze hebben het vooral gemunt op de zwakkere leerlingen en proberen de meelopers op hun hand te krijgen.

2. Ondervinding leert dat meisjes veelal op een veel subtielere manier pesten, die veel moeilijker op te sporen valt, bijvoorbeeld roddelen, een vriendin afpakken, uitsluiten, …

 

 

 

Bronnen:

  • www.kwinkopschool.nl
  • ZIEN! Pedagogisch expert systeem
  • Sue Young, Van pesten naar samenwerken. Huizen, 2012
  • www.pestweb.nl
  • Barry Redeker, De ringaanpak. Heemskerk, 2016
  • Kees van Overveld, Groepsplan gedrag, Hendrik – Ido - Ambacht, 2016
  • Sandra Koot, Co- teaching. Prinsenbeek, 2012
  • Kees van Meersbergen en Peter de Vries, HGW in passendonderwijs, 2013
  • Golly en Sprague, PBS Goed gedrag kun je leren!, 2013
  • Jelly Bijlsma, Klasse(n)kracht: met respect voor de klas, Almere 2015
  • Kees van Overveld, SEL sociaal emotioneel leren als basis, Hendrik – Ido - Ambacht, 2017

 

Bijlagen:

  • Aanmeldingsformulieren leerlingbespreking:

- Werkhouding (inclusief concentratie/motivatie)

- Gedrag / sociale en emotionele competentieontwikkeling

- Leren / cognitieve ontwikkeling

  • Excel bestand groepsplan gedrag
  • Klassenklimaatschaal ( KKS)
  • Methode overzicht Zien! en Kwink
  • Zien! leerlingenvragenlijst groep 1-3
  • Zien! leerlingenvragenlijst groep (3) 4
  • Zien! leerlingenvragenlijst bovenbouw
  • Zien! ouderprotocol
  • CLB/ Handelingsgerichte procesdiagnostiek
  • Checklist leerkrachtvaardigheden

 

Schoolbrede gedragsverwachtingen

Algemene ruimte

Veiligheid

Respect

Verantwoordelijkheid

Alle algemene ruimtes

( overal en altijd geldende schoolbrede verwachtingen)

  • Houd handen, voeten en voorwerpen bij je
  • Roep een volwassene voor hulp bij problemen
  • Gebruik materialen waarvoor ze bedoeld zijn
  • Schuif je stoel aan als je je plek verlaat

 

  • Iedereen mag bij ons op school zichzelf zijn en accepteer de ander zoals die is
  • Wees aardig en beleefd en houd rekening met anderen
  • Wacht op je beurt als je iets wil zeggen
  • Groet mensen bij binnenkomst en geef je leerkracht een hand
  • Ruim de spullen op die je hebt gebruikt
  • Luister naar volwassenen, medeleerlingen en ouders
  • Toon respect voor eigendommen van anderen
  • Spreek met gepaste taal

 

  • Praat aardig over anderen
  • Heb zorg voor de ander
  • Houd je aan de schoolregels
  • Help anderen zich aan de schoolregels te houden
  • Iedereen is verantwoordelijk voor zijn / haar eigen gedrag; denk zelf goed na over je gedrag en de consequenties van je gedrag voor het welzijn van anderen
  • Meld het als er iets kapot gegaan is
  • Wees eerlijk
  • Kom op tijd

 

De gang

  • Loop rustig
  • Jassen en tassen netjes aan de kapstok of de daarvoor bestemde bakken eronder
  • Houd buitenspeelgoed in je handen
    • Praat op rustige zachte toon
    • Heb zorg voor de spullen van een ander
    • Houd de ruimte netjes
    • Zorg ervoor dat anderen kunnen werken
    • Wacht als het druk is even op je beurt
 

 

Schoolplein / pauze

  • Loop rustig de school in en uit
  • Houd de deur open voor degene die achter je komt
  • Vraag toestemming om tussendoor naar binnen te gaan
  • Gebruik materiaal, zowel binnen als buiten, waarvoor het bedoeld is
    • Wees eerlijk bij spelletjes
    • Laat iedereen meedoen
    • Help kinderen die pijn hebben of verdrietig zijn
    • Afval wordt in de afvalbakken gegooid
    • Speel op ruime afstand van de klaslokalen zodat deze groepen rustig kunnen werken
    • Complimenteer een ander op gewenst gedrag
    • Loop geheel stil naar binnen ná de pauze
    • Zorg dat anderen ook een fijne pauze hebben
    • Houd je aan de afgesproken speelplekken en regels
    • Ga met een ander om zoals je ook wil dat ze met jou omgaan
    • Spreek een ander op respectvolle manier aan op ongewenst gedrag
    • Groep 8 kinderen halen op afspraak ballen van het dak ( op vrijdag ) en uit de sloot
    • Houd het plein schoon
   

Toiletten

  • Was je handen
  • Gooi papieren handdoekjes in de afvalbak
    • Meld het als er iets mis is bij je eigen leerkracht
    • Laat het toilet schoon achter
    • Geef anderen hun privacy
    • Houd het toilet zo schoon en fris mogelijk
    • Trek door als je klaar bent
    • Ga direct terug naar de klas
   

Eten en drinken

  • Zit rustig aan je tafel
  • Eet alleen wat je zelf hebt meegebracht
    • Ga respectvol met voedsel om
    • Praat op een rustige zachte toon
    • Ruim je spullen op
    • Maak je tafel schoon
   

Bibliotheek

  • Zorg dat de boeken netjes in de kast staan en de vloer vrij is
    • Laat anderen rustig een boek pakken en lezen
    • Houd de boeken zo netjes mogelijk
    • Praat zachtjes en rustig
    • Zet bekeken of gelezen boeken netjes terug waar ze horen
    • Houd boeken netjes door er voorzichtig mee om te gaan
   

Fietsenstalling

  • Loop met je fiets aan de hand op het schoolplein
  • Zet je fiets netjes in de stalling
    • Kom alleen aan je eigen fiets
    • Zet je fiets op de afgesproken plek en houd je aan de afgesproken fietsregels
   

Gymlokaal

  • Zit op de banken en speel met materialen zoals het hoort
  • Speel alleen op toegestane plekken
  • Hang / leg kleding op afgesproken plek in de kleedkamer
    • Wees sportief en zorg dat iedereen op zijn of haar niveau plezier heeft
    • Zit in de kleedkamer alleen aan je eigen spullen
    • Praat rustig in de kleedkamer
    • Wees een teamspeler en moedig dat bij anderen aan
    • Zet gebruikte spullen terug waar ze horen
   

ICT / mobiele apparatuur

  • Overleg met eigen leerkracht welke websites zijn toegestaan te gebruiken
  • Lever je mobiele telefoon in bij je eigen leerkracht of stop het in je eigen tas

 

  • Laat anderen rustig werken op de computer
  • Zet je mobiele telefoon onder schooltijd uit
  • Gebruik van mobiele telefoon alleen met toestemming van eigen leerkracht
  • Wees verantwoordelijk voor je eigen meegenomen elektronische apparatuur
  • Print alleen na overleg met je eigen leerkracht
 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bottom background Kind