Kinderen Top background

Protocol pedagogisch handelen

Wij willen een school zijn waar iedere leerling zich sociaal aanvaard voelt en zich kan ontwikkelen in een sfeer van veiligheid, acceptatie, erkenning en wederzijds respect. Het moet zich gehoord, gezien en gesteund voelen door de leerkracht en medeleerlingen.

Afspraken en acties pedagogisch handelen.

Alle leerkrachten zijn alert op de volgende signalen:

  • laag ‘welbevinden’ in het algemeen, ook vanuit de observatie met ZIEN!

  • plagen, bespotten en kleineren

  • op een spottende, onvriendelijke manier iemand uitlachen

  • negatief fysiek contact

  • herhaaldelijke betrokkenheid bij ruzies

  • kleefgedrag (dicht bij de leerkracht willen blijven)

De school heeft regels opgesteld voor de omgang tussen leerlingen onderling (o.a. de Kanjertraining regels). Leerkrachten weten hoe ze deze regels op een succesvolle manier kunnen introduceren.

 Vanaf groep 1 stelt de leerkracht met de klas aan het begin van het schooljaar klassenregels op. Deze worden regelmatig herhaald in de klas.

Elke leerkracht draagt er zorg voor dat in de periode tot aan de herfstvakantie veel aandacht besteed wordt aan deze regels voor omgang met elkaar, vanuit het besef dat we als leerkrachten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een positieve groepsvorming.

Elke leerkracht is consequent als het gaat om de uitvoering van deze regels (zero-tolerance!). Leerkrachten die moeite hebben om regels consequent te hanteren en gestelde normen te bewaken krijgen begeleiding van de interne begeleider, gedragsspecialist of de directeur.

De leerkrachten hebben een voorbeeldfunctie. Zij behandelen elk kind te allen tijden met respect en laten zien dat zij vertrouwen in het kind behouden, ook als het een keer ongewenst gedrag vertoont. Ongewenst gedrag wordt zo veel als mogelijk preventief benaderd. Benadrukken van positief gedrag zien wij als een belangrijk hulpmiddel.

In de eerste 6 weken van het schooljaar besteden we extra veel aandacht aan groepsvormende spelletjes d.m.v. Kanjertraining spelletjes, Energizers, lessen uit Grip op de groep en coöperatieve werkvormen.

Leerlingen die laag scoren op ‘sociaal initiatief’ zijn potentiële slachtoffers. Daarom vinden wij het belangrijk om deze leerlingen vanaf groep 1-2 al planmatig te begeleiden, ZIEN! biedt in dit verband signaleringsmogelijkheden en suggesties.

Tijdens de oudergesprekken wordt altijd gevraagd of de ouders signalen hebben gekregen dat hun kind anderen pest, gepest wordt of aangeeft dat anderen in de klas of op school gepest worden.

Tijdens de kindgesprekken wordt er altijd gevraagd over het welbevinden van het kind op school.

In vastgestelde pestsituaties geldt dat het pestprotocol in werking gaat.

Aan het begin van het schooljaar, in januari en in juni bespreken we bovenstaande afspraken en acties met elkaar binnen het team. De afspraken en actiepunten worden bijgesteld wanneer we als team van mening zijn dat er zaken aanscherping of verbetering behoeven.

Doelstelling pedagogisch handelen

Wij willen een school zijn waar iedere leerling zich sociaal aanvaard voelt en zich kan ontwikkelen in een sfeer van veiligheid, acceptatie, erkenning en wederzijds respect. Het moet zich gehoord, gezien en gesteund voelen door de leerkracht. Deze doelstelling vertaalt zich in scores in onze kwaliteitsmetingen:

Bij de volgende WMKPO leerlingen enquête is de algemene score voor Pedagogisch Handelen 3.30 (2012: 3.19). Deze leerlingenenquête wordt 4 jaarlijks gehouden, maar kan indien gewenst eerder gehouden worden.

Bij de volgende WMPKO ouderenquête is de score voor het item “De leraren besteden voldoende aandacht aan het voorkomen en oplossen van pesten, ruzies en misverstand (Pedagogisch Handelen)  3.25 (2013 2.98). Deze ouderenquête wordt 4-jaarlijks gehouden, maar kan indien gewenst eerder gehouden worden.

Algemene lijn ter preventie van treiteren / pesten

  1.  Kanjertraining; alle leerkrachten volgen het programma van de Kanjertraining vanaf groep 1 tot en met groep 8. Het doel is het stimuleren van betrouwbaar, constructief en authentiek gedrag: Kanjergedrag. Hierdoor krijgen de kinderen meer zelfvertrouwen en meer respect en waardering voor anderen. Met als gevolg een veilige sfeer in de klas en goede onderlinge relaties.

     

    Deze trainingen worden groepsgericht gegeven, waarbij conflictsituaties worden uitgespeeld en kinderen elkaar complimenten en opbouwende kritiek geven. Ze leren “onhandig” gedrag te herkennen en hun gedrag te veranderen in Kanjergedrag.

     

    Binnen deze Kanjertraining staan de volgende vijf afspraken centraal:

  1. We vertrouwen elkaar; 2. We helpen elkaar; 3. Niemand speelt de baas; 4. Niemand lacht uit; 5. Niemand doet zielig

Deze regels hangen ook positief geformuleerd in elke klas aan de muur. Ouders worden ook 2 keer per jaar betrokken bij de Kanjertrainingen.

  1. ZIEN!; in de eerste 6 weken van het schooljaar worden de leerlingen door de leerkracht goed geobserveerd op hun gedrag, zodat ze weten hoe de leerlingen van zijn / haar groep zich in allerlei situaties gedragen. Vervolgens wordt rond de herfstvakantie ZIEN! ( sociaal emotioneel volgsysteem) volledig ingevuld door de leerkrachten. Het groepsoverzicht en de individuele leerlingen worden besproken met de interne begeleider of gedragsspecialist.

  2. Sociogram; op twee momenten in het jaar, voor de herfstvakantie en voor de voorjaarvakantie, wordt een sociogram in de klas afgenomen en opgeslagen in Parnassys bij ZIEN. De sociogrammen worden tijdens de boven- en onderbouwvergaderingen besproken. De sociogrammen worden gemaakt in het programma van de kanjertraining.

  3. Voor aanvang van het nieuwe schooljaar tijdens de teamvergadering worden er afspraken gemaakt met betrekking tot de start van het nieuwe jaar, met name wat betreft het begeleiden van de groepsvorming. Bij de opening van het jaar worden deze afspraken nog een keer aangescherpt.

  4.  In de eerste schoolweek worden er samen met de klas regels opgesteld. Deze regels worden opgehangen in de klas. De naleving hiervan wordt regelmatig ter sprake gebracht.

  5.  In de eerste paar schoolweken worden er dagelijks, met het oog op een positieve groepsvorming, bijpassende lessen uit de Kanjermethode en Energizers toegepast.

  6. Tijdens de gymlessen wordt er ook aandacht besteed aan het groepsproces, hierbij maken we gebruik van het ‘99 kanjerspelletjes’ boek.  

  7. Tijdens de oudergesprekken wordt altijd gevraagd naar het welbevinden van hun kind op school. Daarnaast of de ouders signalen hebben gekregen dat hun kind anderen pest, gepest wordt of aangeeft dat anderen in de klas of op school gepest worden.

  8. Tijdens de kindgesprekken wordt er altijd gevraagd naar het welbevinden van het kind op school, onder andere wordt hier gebruik gemaakt van de vragenlijst van ZIEN!.

  9. Tussen de herfstvakantie en de kerstvakantie worden er wekelijks lessen gegeven die gericht zijn op sociale vaardigheden. Onder andere gebruikmakend van de Kanjermethode. Voor zover dit kan, wordt voor de keuze van onderwerpen aangesloten bij de gesignaleerde problemen door middel van het sociogram en ZIEN!. Deze lessen worden schriftelijk vastgelegd en in de klassenmap bewaard. Op de teamvergadering van januari worden deze lessen geëvalueerd.

  10. Tijdens de teamvergadering waarin de sociogrammen worden besproken, wordt de informatie uit de pleinwachtmap meegenomen. Dit betreft met name heftige (conflict)situaties. Elke leerkracht draagt er zorg voor dat deze informatie wordt opgeschreven na de uitgevoerde pleinwacht.

  11. De TSO hanteert dezelfde regels en sancties die wij binnen school hebben. Het team geeft bij de uitvoering van de sancties begeleiding aan de TSO indien nodig.

  12. Schoolpleinbuddy’s worden tijdens het overblijven ingezet, naast de TSO begeleiders, om de leerlingen te ondersteunen. Deze buddy’s zijn vrijwillige leerlingen uit de bovenbouw. Zij helpen kinderen die een vriend nodig hebben bijvoorbeeld als ze zich kwetsbaar voelen tijdens het spelen. Ze dragen de ‘witte pet’ uit de Kanjertraining om duidelijk zichtbaar te zijn voor de kinderen. Ook deze buddy’s vullen incidenten in de pleinwachtmap in.

  13. De Hulpbox aan de vertrouwenspersonen van de school hangt in de hal om ook bij pestgedrag in vertrouwen om hulp te kunnen vragen.

  14. Ook tussen de voorjaars- en de meivakantie worden er wekelijks lessen gegeven rond het thema sociale vaardigheden. (Zie verder bij nummer 9). Op de hierop aansluitende teamvergadering worden de ervaringen met deze lessen uitgewisseld.

  15. Aan het einde van het schooljaar worden de hierboven vastgestelde lessen schriftelijk geëvalueerd. Daarbij wordt besproken of het protocol voldoende heeft voorzien in de voorkomende situaties en/of aanvullingen nodig zijn. Tevens wordt er vooruitgeblikt naar het nieuwe schooljaar.

  16. Elke vorm van pesten wordt direct serieus genomen en aangepakt volgens het onderstaande draaiboek.

 

Handelen in vastgestelde pestsituaties

1. Op dag 1 of 2 na het incident vindt er een gesprek plaats tussen de leerkracht, de pester en de zondebok en eventueel een interventieleider.

2 a. In week 2 of 3 vindt er een gesprek met de hele klas plaats als het eerste gesprek niet heeft geholpen (in die zin dat het pesten toch doorgaat) of wanneer er meerdere leerlingen bij betrokken zijn.

Dit gebeurt volgens vijf stappen:

1). De ik-boodschap: de leerkracht geeft door middel van een heel duidelijke ik-boodschap te kennen, dat er in de klas een probleem is dat hij niet alleen kan oplossen, maar dat wel opgelost moet worden. Daarbij noemt hij heel duidelijk de probleemsituatie en vraagt de leerlingen oplossingen te geven. Hij benadrukt daarbij dat het probleem opgelost moet worden.

2). Het verzamelen van oplossingen: de leerlingen moeten allerlei oplossingen geven voor aanpak. Soms komen er geen ideeën omdat de leerlingen niet durven of zo’n aanpak niet gewend zijn. Maar als de leerkracht hen laat merken dat het hem ernst is door hen wat meer tijd te geven oplossingen aan te dragen, zullen ze in die periode de zondebok wat meer met rust laten. In deze fase mag er nog niet gereageerd worden op de oplossingen. Na verloop van tijd komt er een aantal oplossingen, meestal van de leerlingen uit de zwijgende middengroep.

3). Het evalueren van oplossingen: alle oplossingen die nadelig zijn voor de zondebok en ook voor de pester worden geschrapt. Op die manier geeft de leerkracht aan dat hij geen partij kiest, maar aan alle leerlingen veiligheid wil bieden.

4). Het concretiseren van de oplossingen: voor iedereen moet duidelijk zijn hoe de geselecteerde oplossingen uitgevoerd gaan worden. Het is daarbij aan te bevelen om ze op papier te zetten en daarna weer met de klas te bespreken.

5). Het evalueren van de oplossingen: de oplossingen moeten met regelmaat geëvalueerd worden. De leerkracht geeft aan dat de evaluatie een vast onderdeel gaat worden van de klassengesprekken. Wanneer er weer signalen komen van pesten dan moet de leerkracht weer teruggaan naar stap 1, maar ook als hij niets hoort, moet hij regelmatig evalueren. Het is van belang om het evalueren dan niet te laten verwateren. In dat geval is het belangrijk om complimenten te geven omdat het zo goed gaat. De leerkracht moet in deze fase de leerlingen duidelijk maken dat het aangeven dat er weer gepest wordt niet hetzelfde is als klikken, maar dat het in principe hetzelfde is als het helpen van de zondebok. Alle handelingen worden op papier vastgelegd.

2b. In week 2 of 3 kan de leerkracht samen met de interventieleider ook kiezen voor de supportgroep aanpak. Deze oplossingsgerichte aanpak wordt door de interventieleider begeleid en is dus ook degene die alle gesprekken voert.

3. Zodra punt 2a of/en 2b in werking is worden de ouders erbij betrokken, in die zin dat zein kennis worden gesteld van de geconstateerde pestsituatie. De leerkracht en de interventieleider vertellen de oplossingen waar aan gewerkt wordt met de klas.

 

Overige punten die worden uitgevoerd bij vastgestelde pestsituaties

  • De leerkracht meldt de geconstateerde pestsituatie bij de eerstvolgende ochtendmededelingen aan het team.

  • In week 1 wordt direct de coördinator van de TSO over de pestsituatie op de hoogte gesteld en extra begeleiding over de aanpak van het pesten gegeven indien nodig.

  • De coördinator van de TSO meldt terstond iedere vorm van pesterijen / incidenten bij de desbetreffende leerkracht / team en schrijft deze ook op in de pleinwachtmap.

  • De leerkracht maakt binnen 5 werkdagen van alle gesprekken met slachtoffers, pesters en ouders verslagen.

  • Met name als er een pestsituatie geconstateerd is, bevraagt de leerkracht zichzelf over zijn of haar eigen functioneren. Hoe is de eigen houding naar de klas en eventueel specifiek naar bepaalde leerlingen toe? Hoeveel ruimte en verantwoordelijkheid krijgen de leerlingen zelf? Hoe veilig zijn de leerlingen in de klas? Waar nodig, brengt de leerkracht wijzigingen aan in zijn of haar functioneren. Hiervoor krijgt de leerkracht hulp van de interventieleider / gedragsspecialist.

  • Bij een leerling bij wie het zondebok of pester zijn vooral lijkt voort te komen uit een gebrek aan weerbaarheid, inlevingsvermogen en sociale vaardigheden, kan met de ouders direct na die constatering gesproken worden over een eventuele sociale vaardigheidstraining.

  • Als zich voortdurend escalaties voordoen op het plein wordt er extra pleinwacht ingezet. Of hiertoe overgegaan moet worden, kan mede bepaald worden op grond van de gegevens uit de pleinwachtmap.

  • Er wordt regelmatig (= tweewekelijks) contact gehouden met de betreffende leerlingen, de groep en de ouders om te horen of de genomen maatregelen succes hebben en blijven hebben of dat er andere stappen nodig zijn. Dit laatste in overleg met de leerkracht, interventieleider en de directeur.

 

 

 

Wat te doen als het pestgedrag zich toch blijft herhalen ondanks de oplossingsgerichte aanpak

 

1. Indien er sprak is van herhaald pestgedrag worden de ouders van de pester in week 4 in het bijzijn van de pester op de hoogte gesteld van de ongewenste gebeurtenissen in een gesprek op school met de leerkracht en de interventieleider. Aan het eind van dit oudergesprek worden de afspraken met de pester uitdrukkelijk doorgesproken en ook vastgelegd. Ook de op te leggen sancties bij overtreding van de afspraken worden daarbij vermeld. Gedacht kan worden aan uitsluiting van met name de situaties die zich in het bijzonder lenen voor pestgedrag. Daarbij kan gedacht worden aan: buitenspelen, overblijven, gymlessen, excursies en schoolreisjes. De directeur van de school is op de hoogte gesteld van de gesprekken met de kinderen en de ouders. De gemaakte afspraken worden direct vastgelegd bij het desbetreffende kind in Parnassys.

 2. Indien het probleem zich toch blijft herhalen meldt de leerkracht dit gedrag aan de directeur van de school. De leerkracht overhandigt de directeur een gedocumenteerd protocol met daarin de data van de gebeurtenissen, de data en inhoud van de gevoerde gesprekken en de vastgelegde afspraken zoals die gemaakt zijn om het pesten aan te pakken. Het gaat hier om een digitaal document.

3. De directeur roept de ouders binnen 3 werkdagen op school voor een gesprek. Ook het kind kan in dit eerste directiegesprek betrokken worden. De directeur gaat uit van het opgebouwde archief van de leerkracht en vult dit archief terstond aan in Parnassys met het verloop van de gebeurtenissen.

4. Indien het gedrag niet verbetert, kan er een verwijzing plaatsvinden naar het maatschappelijk zorgsysteem in de richting van de afdeling jeugdzorg van de G.G. en G.D. dan wel het R.I.AG.G.

5. Een en ander wordt zorgvuldig gedocumenteerd in het digitale kindvolgsysteem van de school en wel die van de zorgprocedure.

6. Indien het pestgedrag van de pester niet aanzienlijk verbetert en / of de ouders van het kind onvoldoende meewerken om het probleem ook aan te pakken kan de directeur van de school overgaan tot bijzondere maatregelen zoals: isoleren van de pester, een schorsing en / of verwijdering van de school. De richtlijnen hierover staan vermeld in de schoolgids.

 

SIGNALEN VAN SLACHTOFFERS

a. Op school

1. Primaire signalen:

- de slachtoffers worden vaak op een gemene manier geplaagd, bespot en gekleineerd;

- ze worden uitgelachen op een spottende en onvriendelijke manier;

- ze worden fysiek aangepakt en kunnen zich hier niet adequaat tegen verweren;

- ze zijn betrokken bij ruzies waarbij ze zich niet kunnen verdedigen;

- hun bezittingen worden beschadigd;

- ze vertonen blauwe plekken, schrammen, gescheurde kleding, ….

2. Secundaire signalen:

- de slachtoffers zijn vaak alleen, ze lijken geen vrienden te hebben;

- ze worden als laatste gekozen, bijvoorbeeld bij het vormen van groepjes;

- ze proberen dicht bij de leerkracht te blijven;

- ze geven een angstige en onzekere indruk;

- ze zien er bang, ongelukkig, neerslachtig en huilerig uit;

- ze vertonen een plotselinge of geleidelijke verslechtering in schoolresultaten.

 

b. Thuis

1. Primaire signalen:

- ze komen thuis met gescheurde kleding of bezittingen die stuk zijn;

- ze vertonen verwondingen (blauwe plekken, schrammen, …) en geven hier een omstreden uitleg voor.

2. Secundaire signalen:

- ze brengen geen vriendjes of klasgenoten mee naar huis;

- ze hebben geen goede vriend;

- ze worden zelden elders uitgenodigd;

- ze gaan niet graag naar school;

- ze kiezen een vreemde weg om naar school te gaan;

- ze slapen niet goed;

- ze verliezen de belangstelling voor schooltaken;

- ze zien er bang en ongelukkig uit;

- ze vragen of stelen geld (om de pestkoppen om te kopen).

 

SIGNALEN VAN PESTKOPPEN

a. Algemene kenmerken

1. ze zijn fysiek sterker;

2. ze hebben grote behoefte te overheersen en hun eigen zin te krijgen;

3. ze zijn impulsief, kunnen moeilijk tegenwerking aanvaarden;

4. ze zijn vaak tegendraads naar volwassenen toe;

5. ze worden als stoer aangezien, hebben weinig inlevingsvermogen;

6. ze hebben een relatief positief zelfbeeld.

 

b. Op school

1. Op school treiteren de pestkoppen vaak op een gemene manier: spotten, intimideren, schoppen, dingen stuk maken. Ze hebben het vooral gemunt op de zwakkere leerlingen en proberen de meelopers op hun hand te krijgen.

2. Ondervinding leert dat meisjes veelal op een veel subtielere manier pesten, die veel moeilijker op te sporen valt, bijvoorbeeld roddelen, een vriendin afpakken, uitsluiten, …

Bronnen:

 

Bottom background Kind